OudeMuizenissen
Heedendaagsch Taalgebruyk
HuurMuis

 

Panta rhei (voor S., dum juventus floruit)

 

Naarmate het tijdstip naderbij komt dat ik de moede ogen voor altijd zal sluiten, maakt een vreemd soort weemoed zich meester van mij. Niet vanwege de onvermijdelijkheid van het sterven als zodanig. En evenmin vanuit het besef dat ik er - zoals de omfloerste bewoordingen van het hiernamaals-ABN luiden - straks niet meer zal zijn. De wereld zal ongetwijfeld zonder mij blijven draaien. Zo niet, dan zal mijn afwezigheid daar slechts in verwaarloosbare mate debet aan zijn. En zelf heb ik het hier onderhand ook wel gezien. Dat noemen ze fatalisme, al is dat maar de halve waarheid. Behalve berusting in wat je te wachten staat, speelt nostalgie naar wat geweest is - of had kunnen zijn - een minstens zo gewichtige rol.

Een zekere mate van levensmoeheid is schijnbaar onlosmakelijk verbonden met het ouder worden. Wat overigens maar goed is ook, anders komt de genadeklap dubbel hard aan. ‘Het is een rotwereld’, verzuchtte mijn bejaarde moeder steevast wanneer weer eens een natuurramp, oorlog of terroristisch complot een inktzwarte slagschaduw over de voorpagina van de krant wierp. Als Joodse onderduikster had ze de Tweede Wereldoorlog en al z’n verschrikkingen zeer bewust meegemaakt. Dus enig recht van spreken en relativeringsvermogen had ze wél.

Ik ben benieuwd wat mijn moeder zou hebben gevonden van de wereld anno 2018. Van de aanslagen in Brussel en Parijs, van de totalitaire EU versus de eigenwijze Britten en de oplopende spanningen in binnen- en buitenland. Van de billenknijpers, matennaaiers en zakkenvullers in alle segmenten van de samenleving. Van de talloze megalomane en geldverslindende prestigeprojecten, terwijl zorg en onderwijs met een mengeling van chirurgische precisie en nietsontziend cynisme tot op het bot worden kaalgeplukt. Van de gewelddadige extremisten die zich steeds openlijker roeren, en van de dorpsidioot die alweer ruim een jaar de scepter zwaait over de VS. Een dorpsidioot die rondbazuint dat-ie zichzelf een genie vindt, want naast geniaal is-ie ook nog bescheiden. Bij het overlijden van Stephen Hawking besef je pas goed hoe krankzinnig het allemaal is.

Ik kan het mijn moeder voorlopig niet meer vragen. En wanneer dat wederom tot de mogelijkheden behoort, zijn die om daarvan verslag te doen beperkt.

 

Laatste wil

Met een krasse knar is natuurlijk niks mis. Maar zodra je werkelijk gaat denken dat vroeger alles beter was, wordt het zoetjesaan tijd om op te krassen. Want er komt een moment dat je vermolmde geest voorgoed de wijk neemt naar dat geïdealiseerde verleden of een andere alternatieve realiteit. En wanneer het eenmaal zover is, helpt er geen lievemoederen meer aan. Dan eindig je als een oude zonderling die vanuit z’n rolstoel achter de plastic geraniums onverstaanbare verwensingen lispelt. ‘Meneer Muis had weer een van z’n buien’, noteert de dienstdoende verpleegster na haar dagelijkse blik door de deuropening dan trouw in haar verslag.

Aan je wilsverklaring heb je in zo’n situatie bitter weinig. Wat op zich wel te begrijpen valt. Maar het blijft een beetje wringen, omdat zo’n verklaring nou precies voor iets dergelijks is bedoeld. Als ik me niet vergis, wil Bert Keizer - iemand die ik heel hoog heb staan - me desgevraagd best op afroep dat spuitje geven nu ik nog helder van geest ben. Nou ja, dat laatste dénk ik althans… Maar als ik op weg naar mijn laatste afspraak word getroffen door een herseninfarct, bliksemschicht of lijn drie en niet meer aanspreekbaar ben, is het onverbiddelijk einde oefening. Dat lijkt me de wereld op z’n kop.

In dat poeder waar ze de laatste tijd mee leuren, heb ik evenmin veel fiducie. Bij de snelle, pijnloze dood die je wordt voorgespiegeld, zijn vraagtekens geplaatst. Voor de zeis van Magere Hein ben ik niet zo bang, maar het moet wel in één klap raak zijn. Bovendien heb ik m’n twijfels of de verstrekte dosis wel afdoende is. Ik ben tenslotte een vent van drieënvijftig jaar en vijfentachtig kilo, niet andersom. In het ergste geval kwijn je alsnog als een verlepte plant op de afdeling psychogeriatrie langzaam weg. Precies het rampscenario dat je de pas hoopte af te snijden. Maar ik kan bezwaarlijk de Oliver Twist uithangen terwijl de hele christelijke goegemeente toch al met argusogen naar dat stel doe-het-zelvers loert. Als ik eerlijk ben, staat het hele idee van een hobbyclub van amateur-euthanasisten me ook een beetje tegen. En misschien willen ze me helemaal niet hebben, omdat ze me nog te jong vinden. Dat laatste zou op zich een welkome afwisseling zijn.

 

Leven na de dood

Die gifbeker laat ik dus voorlopig aan mij voorbijgaan. Aan de andere kant kan ik weinig begrip opbrengen voor gelovigen van allerlei denominaties die me behalve hun god ook hun bizarre repertoire aan ge- en verboden door de strot willen duwen. Vind je dat je Gods water over Gods akker moet laten lopen? Míj hoor je niet klagen en van míj moet je niets. Maar wees dan consequent en laat je paraplu bij de zondagse kerkgang thuis. Als het die god van jou behaagt om op je deemoedige farizeeërskop te wateren, moet je niet zeiken, zogezegd.

Het zogenoemde hogere is sowieso nooit aan mij besteed geweest. Op de vraag of ik geloofde in een leven na de dood, placht ik te antwoorden dat ik me eerst van het bestaan van een leven vóór de dood wilde vergewissen. Zo’n pedante tegeltjeswijsheid voor hoger opgeleiden krijg je met het verstrijken der jaren als een boemerang terug. Je zet eens op een rijtje wat je zoal bereikt hebt in de halve eeuw die definitief achter je ligt. Hoe dan ook valt de uitkomst vies tegen. Ook bij mensen die het veel verder hebben geschopt dan ik.

Van wat ik allemaal bereikt of gedaan of misdaan heb, moet ik het dus niet hebben. En van de verwachting dat een en ander in een volgend leven ruimschoots gecompenseerd zal worden evenmin. Met de reïncarnatieleer heb ik helemaal niks. Telkens van voren af aan beginnen lijkt me vooral dodelijk vermoeiend. En het valt me zwaar om in een god, laat staan in diens barmhartigheid, te geloven als je ziet wat diens achterban op dit ondermaanse aanricht.

 

>>> Lees verder >>>

 

 

Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu
Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu