OudeMuizenissen
Heedendaagsch Taalgebruyk
HuurMuis

 

Ongewenste vreemdeling

 

Soms stel ik mij voor dat er een tijdmachine bestond. Waarmee iemand uit een niet zo heel ver verleden - eind jaren zeventig, begin jaren tachtig bijvoorbeeld - werd getransporteerd naar het heden. In menig opzicht zou de cultuurschok minder groot zijn dan je denkt. Auto’s, vliegtuigen, wolkenkrabbers en computers hadden ze toen ook al. En wat de Koude Oorlog en het terrorisme aangaat, zijn we min of meer terug bij af.

Natuurlijk zou die tijdreiziger zich niet op elk terrein meteen thuis voelen. Denk alleen al aan het café, waar je niet meer mag roken. Maar in de collectieve verslaving die daarvoor in de plaats is gekomen, zit hem het grootste verschil. Neem hem of haar mee in de trein of naar de supermarkt, of gewoon voor een ommetje door een willekeurige stad. Tien tegen één volgt binnen vijf minuten de vraag wat toch dat lichtgevende schermpje is waar al die mensen onafgebroken naar staren. En ga dat maar eens uitleggen aan iemand voor wie een smartphone net zo sciencefiction is als een vliegende schotel.

Bij de lichting 1980 of later is de ontreddering wellicht iets minder totaal. Die mensen hebben tenminste nog de eerste walkmans met bijbehorende hoofdtooi meegemaakt. Enige tijd later deed de eerste generatie autotelefoons haar intrede, gevolgd door de eerste mobieltjes. Maar die waren voorbehouden aan de happy few. Het meest verbazingwekkende is niet eens dat iedereen tegenwoordig een smartphone hééft, maar dat vrijwel iedereen er bijna fulltime mee loopt te klooien. Om de absurditeit daarvan te beseffen, moet je een tijdreiziger zijn.

 

Laatste der Mohikanen

Met m’n hoogbejaarde Nokiaatje met numeriek toetsenbordje was ik zo’n beetje de laatste der Mohikanen. Je kon ermee bellen en sms’en, en als het echt moest een foto maken. Er zat ook een gps in, maar dat werkte al jaren niet meer. En een soort routeplanner zou toch wel handig zijn. Net als de mogelijkheid om buitenshuis internet te raadplegen of m’n mail te checken. Officieel kon dat ook op m’n oudje met z’n schermpje van postzegelformaat, maar vraag vooral niet hoe. Bovendien oogstte ik de nodige meewarige blikken met dat stuk antiek. Al sluit ik niet uit dat dit niet uitsluitend aan die telefoon heeft gelegen. Kortom: de Nokia moest maar eens met pensioen.

Dus ik bij m’n provider een smartphone uitgezocht. Een simpel en ietwat verouderd model, maar dat vond ik wel bij me passen. En in eerste instantie prepaid, want ik had me heilig voorgenomen ’m zo min mogelijk te gebruiken. Ongeveer zoals een gewezen alcoholist op een bruiloft zichzelf wijsmaakt dat het bij dat éne glaasje blijft. Tijdens een telefonisch consult bij de klantenservice zwichtte ik echter toch maar voor een abonnement. Dat gaf minder rompslomp en was per saldo voordeliger. Temeer omdat ik als vaste klant meer MB’s voor minder geld kreeg, aangezien ik ook tv en vaste telefoon afnam.

Aan het eind van de rit liep het spaak. ‘Het systeem’ - de term roept meteen associaties op met Kafka - weigerde het nummer van mijn paspoort te accepteren. Identiteitskaart: zelfde verhaal. Als kind van een Engelse vader en een Nederlandse moeder heb ik de Britse nationaliteit. Maar tot biercarillon Nigel Farage z’n zin heeft gekregen, ben ik nog steeds Europeaan. M’n wieg stond in Rotterdam en m’n identiteitsbewijs is zo Nederlands als Edammer kaas.

 

Trabant

Op aanraden van de helpdeskmedewerkster maar naar de fysieke winkel. Daar wachtte mij een tweede onaangename verrassing. De voorgespiegelde kwantumkorting bleek helaas een misverstand. Die gold alleen voor mensen die ook hun internet bij de bewuste provider betrokken. Vaste telefoon en televisie telden niet mee. Dat de tekst op de website anders deed vermoeden, beaamde men graag. Ik kon dus naar mijn extra belminuten en MB’s fluiten, met op de koop toe een hogere prijs. Honkvaster dan ik vind je ze nauwelijks. Maar zó jaag je zelfs je trouwste klanten naar de concurrent.

De allervriendelijkste dame die ik aldaar trof, wilde mij graag van dienst zijn. Mijn Britse nationaliteit vormde evenwel wederom een struikelblok van Oeralgebergteformaat. Uiteindelijk kwam ik onder haar hoede terecht op een obscure site voor expats en ander gepeupel. Ikzelf had er in elk geval nog nooit van gehoord, al beaam ik volmondig dat dit niet alles zegt. De bestelprocedure had meer voeten in de aarde dan de aanschaf van een Trabant in het Oost-Duitsland van vóór de val van de Muur. Eentje met slangenleren bekleding en sportvelgen.

Nadat ik desgevraagd kopieën van mijn hondenpenning, geboorteakte, zwemdiploma plus alle bankafschriften van de afgelopen vijftien jaar in de pijplijn had geperst, vergezeld van een doktersattest en een bloedmonster, wist ik eindelijk het gewenste toestel en abonnement te bemachtigen. Tenminste… eer alles te bestemder plaatse gearriveerd en aan de praat was gekregen, was de brexit al bijna een feit. ‘Bellend de winkel uit’, heette het vroeger. ‘Gillend’ zou beter de lading dekken. Maar wie belt er nu nog, zoals het in de reclame heet…?

Ik moet hier voor de goede orde bij aantekenen dat ze bij de klantenservice van m’n nieuwe provider erg behulpzaam waren. Dat had ik bij hun voorgangers weleens anders meegemaakt.

 

Willekeur troef

In de periode dat het Siberische koudefront oprukte naar deze contreien, kreeg mijn allochtonen-telefoontje blijkbaar last van heimwee. ‘E.T. phone home…’ De ingebouwde weer-app wist opeens te melden dat ik me niet in Nederland bevond, maar in Kazachstan. Dit zou het een en ander kunnen verklaren.

Volgens de wet worden allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk behandeld. In de praktijk is het willekeur troef. Dat geldt voor zaken als strafvervolging en belasting, die je kunt afkopen respectievelijk laten kwijtschelden als je maar groot en (belang)rijk genoeg bent. En dat geldt voor dingen als een stompzinnig telefoontoestelletje. Een doorsnee-Nederlander met een doorsneebaan had met minder rompslomp een doorsneehuis met dito hypotheek geregeld.

Ik snap best dat providers de financiële risico’s willen beperken. En dat de overheid uit veiligheidsoverwegingen graag het overzicht houdt. Maar je maakt mij niet wijs dat buitenlandse misdaadbendes en would-be terroristen massaal in de rij staan om hier tweejarige all-in-abonnementen af te sluiten, ‘niet omdat het moet, maar omdat het kan’. Die halen bij de elektronicaboer wel een simlockvrij toestel, en proppen daar een onder de toonbank verkochte prepaidkaart in.

Door deze ervaring begrijp ik een heel klein beetje beter hoe een bonafide asielzoeker zich voelt. Hoe goed je ook geïntegreerd bent, je blijft buitenstaander. Natuurlijk gaat de vergelijking verder compleet mank. Zo iemand heeft doorgaans wel dringender zorgen aan z’n hoofd dan een nieuwe telefoon. En zelf hoef ik - voorlopig althans - niet te vrezen voor deportatie. Maar na dit zoveelste compatibiliteitsprobleem met de ‘connected society’ voel ik me meer dan ooit ontheemd in eigen land en eigen tijd.

 

 

Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu
Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu