OudeMuizenissen
Heedendaagsch Taalgebruyk
HuurMuis

 

Fictief rendement

 

Zolang de fiscus doodleuk 1 euro 20 over elke honderd euro spaargeld mag claimen terwijl je daar zelf hooguit vijf of tien cent rente over krijgt, ben je als spaarder dief van je eigen portemonnee. Of juister gezegd: heeft de fiscus een vrijbrief om je spaarvarken leeg te schudden. Akkoord: de belasting over ‘Box 3’ is na veel touwtrekken bijgesteld. Maar het merkwaardige uitgangspunt bleef overeind: je betaalt belasting over een ‘fictief rendement’, dat je in de realiteit zelden of nooit zult behalen. Die rekenrente was vier procent, en fluctueert nu tussen bijna drie en bijna vijfenhalf. Het laatste lijkt me uitsluitend haalbaar voor een gehaaide aandelenspeculant. De modale spaarder heeft als voorheen het nakijken. Want ook bij een bescheiden spaartegoed is 0,86% belasting (30% inkomstenbelasting over 2,871%: de rekenrente in de onderste schijf) nog véél te hoog bij een marktrente die vrijwel nihil is.

Tot veler verbazing verklaarde de rechter geen been in dit systeem te zien. En diverse commentatoren - onder wie niet de minste, zoals Sheila Sitalsing van de Volkskrant - schaarden zich achter dat standpunt. Een veelgehoord argument is dat het percentage waarmee de fiscus zich rijk rekent een gemiddelde vertegenwoordigt van vette en magere jaren. Met andere woorden: zodra de rente weer in de lift zit, is er niks meer aan het handje.

Ik vind dat een rare redenering. Alsof ik aan de kassa van de supermarkt een euro extra voor m’n pot pindakaas moet betalen omdat die vorige week in de aanbieding was. Nog daargelaten dat we al een eeuwigheid wachten op die stijgende rente. Maar wie ben ik…? De Hoge Raad, die aanvankelijk weinig op leek te hebben met fictie, ging toen puntje bij paaltje kwam toch overstag.

 

Rechtvaardiger

De hamvraag is natuurlijk waarom er met fictieve rendementen wordt gewerkt, en niet met echte. Zo moeilijk lijkt me dat niet. Als de fiscus mijn spaarsaldi kan opvragen bij de bank, kan dat ook met de rente. Bovendien heeft de fiscus dat in het verleden altijd gedaan. Je vulde braaf de rente over elke spaarrekening in op het formulier. Over het totaalbedrag betaalde je belasting.

Met aandelen en dergelijke ligt het iets lastiger. Maar je zou bijvoorbeeld het verschil tussen slotkoers en beginkoers als uitgangspunt kunnen nemen, aangevuld met dividend en eventuele winst uit transacties. Uiteraard kan zo’n optelsommetje een negatieve uitkomst geven. Maar dat geldt voor de bezittingen en schulden in de huidige Box 3 óók. Op een soortgelijke manier zou je zelfs het gegoochel met bitcoins kunnen afromen.

De oude vertrouwde aanpak heeft nóg een voordeel. Aangezien het met sparen en beleggen verdiende geld bij je inkomen wordt opgeteld, betaal je automatisch meer belasting naarmate je totale inkomen hoger is. Rechtvaardiger kan het niet, dunkt me. Het is nog even kijken hoe je de eigen woning en hypotheekrenteaftrek inpast. Maar een en ander verdient in de huidige opzet toch al geen schoonheidsprijs en moet waarschijnlijk sowieso op de helling.

 

IJsland

Kort en goed is er dus geen enkele geldige reden te bedenken voor het huidige systeem. Waarom de fiscus desondanks de poot stijf houdt, is simpel. Dat pakt voordeliger uit voor de schatkist en de rechter houdt het niet tegen. Hoewel het in wezen neerkomt op confiscatie: een duur woord voor diefstal. De overheid snoept immers stukje bij beetje je spaarcentjes af, en dat mag eigenlijk niet van de wet. Maar zoals ik al eerder zei: de rechter…

In de periode dat dit stelsel werd ingevoerd, heb ik als journalist de toenmalige staatssecretaris van Financiën Wouter Bos aan de tand gevoeld. Mijn praktische bezwaar was dat vier procent rente al ruim vijftien jaar terug rijkelijk aan de royale kant was. De reactie luidde dat spaarders maar moesten gaan ‘shoppen’ voor de beste deal. Sommige spaarders hebben dat advies goed in hun oren geknoopt. Die stalden hun spaargeld bij een bank op IJsland. Waar dát toe leidde, hoef ik niemand meer te vertellen.

 

Aandelenkoersen

Nu de spaarrente tot een historisch dieptepunt is gedaald, zoekt menigeen z’n heil in aandelen. De rendementen zijn (voor zolang het duurt) hoger, maar de risico’s eveneens. En ook bij aandelen betekent een hoger rendement niet zelden grotere risico’s. Ook hier drijft het overheidsbeleid de belegger in de armen van fondsen die gouden bergen beloven, maar die belofte niet altijd kunnen waarmaken.

De risico’s beperken zich niet tot het persoonlijke vlak. De lage rente stuwt de aandelenkoersen kunstmatig op, en maakt gekoppeld aan de inflatie lenen voordeliger dan sparen. Obligaties, het traditionele alternatief voor aandelen, zijn bij de huidige stand van zaken geen veilige vluchthaven meer. Waardoor de financiële wereld steeds meer drijft op een aandelenzeepbel in een woeste baaierd van schulden. Zodra die zeepbel uit elkaar spat, is de ravage niet te overzien. Vormden de koersverliezen op de aandelenmarkten van de afgelopen weken een voorproefje van wat ons te wachten staat, of alleen maar een tijdelijke correctie…?

Als dit scenario bekend voorkomt, is dat geen toeval. We hebben het allemaal eerder meegemaakt. Maar we hebben er kennelijk niets van geleerd.

 

 

Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu
Niets van deze website mag zonder voorafgaande toestemming worden overgenomen of gekopieerd, behoudens het citaatrecht. Bij citaten is bronvermelding verplicht. Vragen? Stuur een mailtje naar: info@oudemuis.nu